Met de hulp van moeders vriend knapte mijn moeder het huis op en gingen we daar wonen. Ook de vriend kreeg een ander huis, in een dorp ongeveer tien kilometer bij ons vandaag. Als een stelletje wilden ze niet doorgaan eigenlijk, omdat de vriend vrij agressief was en veel dronk. Wel deelden we die zomervakantie een caravan. Hij en mijn moeder lagen in de caravan, samen mijn zijn zoontje. En zijn dochter lag met mijn zusje en mij in een tentje. Op een nacht dat zijn kinderen er niet waren, hoorden mijn zusje opeens een gil en maakte ze mij wakker. Uiteraard moest ik weer gaan kijken wat er was. Nog voor ik binnen was gilde mijn moeder weer en binnen lag mijn moeder op het bed en zat hij op haar, haar handen stevig vast. Ze kon geen kant op. Ook mijn zusje kwam kijken en zij riep toen mensen die ook op ons veld stonden erbij. De vriend werd ‘weggejaagd’ en wij sliepen in de caravan van mijn oom en tante, die op dezelfde camping staan. Toch bleef mijn moeder met hem ‘gaan’
Vlak na de vakantie gingen we weer bij die vriend wonen, in zijn nieuwe huis. Mijn zusje en ik deelden een kamer. Pas toen eigenlijk bleek hoe die vriend echt was. Hij sloeg mijn moeder vaak en mijn zusje huilde veel. Ikzelf? Ik schold en riep tegen mijn zusje dat ze stil moest zijn, en de rest probeerde ik te negeren, dat leek me het beste. Hij sloeg mijn moeder en zijn dochter al, en later mijn zusje ook. Ik en zijn zoon waren ‘veilig’, om het zo maar te zeggen, ons sloeg hij niet. Soms als ik dat tegen iemand zeg, krijg ik al antwoord dat ik daar geluk in had, maar zelf vind ik dat niet echt. Het ‘lievelingetje’ zijn van degene die je moeder en zusje slaat, is niet echt iets om blij mee/trots op te zijn. Toen mijn moeder buiten iets aan het schoonmaken/opknappen was en ze daarbij op een stoel stond, werd hij weer boos en trapte de stoel onderuit, waardoor mijn moeder viel. Met haar heup viel ze op een rand (ze heeft nog steeds een ‘deuk’) en ze stootte ook haar hoofd. Ze kwam in het ziekenhuis en ik en mijn zusje moesten naar mijn vader.
Vlak daarna was het kerst. Eerste kerstdag bij mijn moeder was niets bijzonders, tweede kerstdag bij mijn vader. Mijn vader dacht toen dat mijn moeder en haar vriend niet meer bij elkaar waren en kwam er 2e kerstdag achter dat ze nog wel wat hadden. Hij was boos en gekwetst en wilde mijn moeder spreken/zien. Hij werd woedend omdat hij het nummer niet had en stuurde mij en mijn zusje weg naar een kennis om het telefoonnummer te regelen. Mijn zusje en ik waren geschrokken/angstig en wilden niet meer terug naar mijn vader. Mijn moeder en haar vriend kwamen ons ophalen, waar mijn vader later ook weer boos over was, aangezien hij ons helemaal niet weg had willen hebben.
Ongeveer vier jaar geleden nu moest de politie er bij komen kijken (bij mijn moeder en haar vriend) en hij moest naar een woedebeheersing-cursus of zo iets. Mijn moeder ging toen naar een maatschappelijk werker. Inmiddels was voor mijn zusje een deel van de hulp afgelopen en kreeg ik dezelfde hulp. Deze hield in dat we een toneelstukje moesten doen over iemand die depressief was en wat daar bij kwam kijken. Ook moesten we daar praten. In mijn geval ging het dus over mijn vader. Ik had vrij lang moeten wachten tot mijn leeftijdsgroep aan de buurt was, en was er toen al helemaal niet meer mee bezig. Eigenlijk was het voor mij meer een toneelles dan hulp.
Mijn moeder en haar vriend spraken met de cursus leider en maatschappelijk werk af dat ze een maand uit elkaar zouden gaan, anders zouden ze gaan regelen dat mijn zusje en ik uit huis werden gehaald. Die maand hebben ze niet volgemaakt, maar mijn zusje en ik zijn niet uit huis geplaatst, hoewel er wel een link naar jeugdzorg was gemaakt, zodat deze van de situatie afwisten.
Drie en half jaar geleden was het zover; mijn moeder en haar vriend gingen uit elkaar, voorgoed deze keer. Met mijn vader ging het ook beter; hij kreeg een relatie en ging samenwonen, hij woont nu ongeveer twee jaar aan de andere kant van het land, bij haar. Maar hoewel het einde van de relatie tussen mijn moeder en haar vriend in het begin iets goeds had geleken, bleek dat niet zo te zijn. ‘niet met en niet zonder elkaar kunnen’ is een goede uitspraak in dit geval, vooral van mijn moeder uit. Ze was heel erg met haar eigen gevoelens bezig en met haar eigen leed, waardoor ze niet zag hoe het met mijn zusje en mij ging. Mijn zusje kreeg verkeerde vrienden, en in die tijd stal ze vrij veel en dat soort ongein. Ikzelf zwolg in zelfhaat, het was mijn schuld vond ik. Ik had iets moeten zeggen, ik had.. ik weet niet wat ik had moeten doen, alleen niet wat ik wel deed. Ik voelde me erg slecht (understatement) en drie jaar geleden wilde ik niets liever dan dat het voorbij was. Voor mij leek de dood het perfecte einde, maar ik heb het toen niet gedurfd. Ik haatte mezelf en doordat ik altijd gepest werd, ook mijn lichaam. Ik was te dik, mijn haar was niet goed, ik was raar, het was allemaal gezegd en mijn moeder was het daar duidelijk mee eens. Ik haatte mijn lichaam en wilde het kapot, dus pakte ik een schaar en sneed mijn pols open. Niet diep, maar dat was niet nodig. Ik voelde toen ‘het positieve’ van zelfverwonding voor het eerst. De pijn van binnen, het gevoel van haat, het leek minder. Het was minder, voor even.
Dat jaar droeg ik alleen zwarte kleding en luisterde ik alleen naar metal muziek. Dat paste het best bij hoe ik me voelde toen. Ik bleef mezelf verwonden. Aangezien mijn moeder pedicure is en operatiemesjes in haar werkkamer heeft liggen, is het altijd makkelijk geweest om mezelf te snijden. Als ik zachtjes met een mes over mijn arm ging, bloedde het al en kon ik het al voelen, hoewel het geen pijn deed.
schrijf straks verder.
@confused: nee, geen haast. en nee, ik weet dat niks moet, maar ik wil het graag.
|